Whisky proeven doe je in vier stappen

Whisky proeven doe je in vier stappen

Een glas whisky dat je in één keer leegdrinkt, vertelt je weinig. Bij whisky proeven neem je de tijd: je kijkt naar de kleur, ruikt rustig, neemt een klein slokje en let op wat er na het doorslikken overblijft. Daarna proef je dezelfde whisky nog eens met enkele druppels water. Een “juiste” manier om whisky te drinken bestaat niet, schrijft de Scotch Whisky Association, maar met deze vier stappen haal je meer smaak uit elk glas.

Het glas bepaalt wat je ruikt

Voor whisky proeven kies je een glas met een bolle onderkant en een smallere rand. Die vorm houdt de geur bij elkaar en leidt hem naar je neus. Een tumbler is breed en open, waardoor de aroma’s sneller ontsnappen; voor proeven is een tulp- of Glencairnglas daarom handiger. De tumbler past beter bij whisky met ijs.

Schenk weinig in. Een bodempje is genoeg om te ruiken en te proeven, en zo blijft er ruimte in het glas om de whisky rond te walsen.

Whisky proeven: de vier stappen

  1. Kijken: houd het glas tegen een lichte achtergrond en bekijk de kleur.
  2. Ruiken: breng het glas langzaam naar je neus en snuif voorzichtig.
  3. Proeven: neem een klein slokje en laat het over je hele tong gaan.
  4. Afdronk: let na het doorslikken op welke smaak blijft hangen en hoe lang.

Kijken

De kleur loopt van lichtgoud tot diep roodbruin en zegt iets over het vat waarin de whisky rijpte. Toch kan de kleur je op het verkeerde been zetten. Schotse whisky mag volgens de Scotch Whisky Regulations 2009 gewone karamelkleur bevatten, waardoor een jonge whisky donkerder oogt dan hij is. De kleur van whisky zegt dus niet alles over zijn leeftijd.

Ruiken

Schotse whisky heeft bij het bottelen minimaal 40% alcohol (bron: Scotch Whisky Association), dus houd je neus niet meteen diep in het glas. Begin op enige centimeters afstand en kom dan langzaam dichterbij. Ruik twee, drie keer kort en draai het glas tussendoor even rond zodat de geur zich langs de rand verzamelt.

Proeven

Neem een klein slokje en houd het even in je mond. Beweeg het over je tong, zodat de whisky overal in je mond komt. Vergelijk wat je proeft met wat je net rook: soms vind je dezelfde tonen terug, soms juist iets nieuws.

Afdronk

Na het doorslikken blijft er een smaak achter: dat heet de afdronk. Bij sommige whisky’s is die kort en fris, bij andere blijft een warme, droge of rokerige toon lang hangen. Tel gerust de seconden mee om te merken hoe lang het duurt.

Een paar druppels water erbij

In Schotland drinken veel mensen whisky met een klein beetje water, meldt de Scotch Whisky Association. Water verlaagt het alcoholpercentage in je glas. Veel proevers merken dat de whisky daarna anders ruikt en smaakt. Proef de whisky daarom eerst puur en voeg daarna met een rietje of theelepel een paar druppels water toe. Zo merk je zelf wat het verschil is.

Proef je een cask strength-whisky, die zonder verdunning rechtstreeks uit het vat wordt gebotteld, dan is hij sterker dan gewoonlijk. Voeg het water daar druppel voor druppel toe, zodat je na elke stap kunt vergelijken.

Geuren en smaken een naam geven

Veel beginners ruiken in het begin vooral “whisky”. Dat verandert als je jezelf wat vaste vragen stelt. Ruik je fruit zoals appel, peer of rozijnen? Herken je zoete tonen als vanille en honing? Of eerder kruiden, hout en rook?

  • Fruitig en kruidig: veel whisky’s uit Speyside hebben deze tonen.
  • Fris en bloemig: kenmerkend voor de zachtere whisky’s uit de Lowlands.
  • Rokerig, met tonen van teer, as of jodium: het gevolg van turf die bij het drogen van de mout wordt verbrand.

Die rokerige smaak ontstaat doordat de mout boven een turfvuur droogt. Die smaak is typisch voor whisky’s van het eiland Islay. Schrijf na elk glas in steekwoorden op wat je rook en proefde. Na verloop van tijd zie je je eigen voorkeur terug in je aantekeningen.

Meerdere whisky’s naast elkaar proeven

Het verschil tussen whisky’s leer je het snelst kennen als je er twee of drie naast elkaar zet. Kies whisky’s die echt van elkaar verschillen, bijvoorbeeld een single malt naast een blend: twee soorten whisky met een heel ander karakter.

  • Begin met de lichtste whisky en eindig met de meest rokerige, zodat de rook de lichtere smaken niet overstemt.
  • Schenk per glas maar een kleine hoeveelheid in: proeven draait om aandacht, niet om hoeveelheid.
  • Drink tussen twee whisky’s een slok water.

Wil je oefenen met begeleiding, dan organiseren slijterijen en cafés proeverijen waar je onder leiding van een kenner proeft. Wat je zelf proeft, onthoud je uiteindelijk beter dan welke smaakbeschrijving op een etiket ook.